Vijf belangrijke vragen voor je begint aan het verlenen van (nood)hulp

Er zijn nogal wat natuurrampen geweest dit jaar. Zware aardbevingen in Ecuador, Turkije en Syrië, Marokko en onlangs in Afghanistan. In andere landen werden hele gebieden overstroomt. Of was het te droog. Of kwamen vernietigden orkanen aan land. Veel mensen staan op en starten noodhulp voor de slachtoffers. Ook de gevolgen van oorlog zet mensen aan tot actie. Mensen zien het leed en willen helpen. Dat is natuurlijk fantastisch. Maar hoe goed ook bedoelt, het bezint-eer-ge-begint geldt ook hier. Vijf vragen die je jezelf moet stellen voordat je hulp biedt. 

Tijdens de Covid-19-pandemie publiceerden Sara Kinsbergen en Lau Schulpen van de Radboud Universiteit een Burgers voor Burgers factsheet. Dat zijn vijf vragen die iedere aspirant-(nood)hulpverlener zichzelf zou moeten stellen.

Met hun factsheet putten ze uit de geleerde lessen en de valkuilen waarin goedbedoelde initiatieven van burgers nogal eens dreigen te belanden. Vooral voor nieuwkomers in het land van goed doen zijn deze vragen relevant. Maar ook voor ervaren weldoeners en hun financiers kan het geen kwaad om er nog even naar te kijken. Voor iedereen dus die (nood)hulp wil geven.

De factsheet is ietsjes aangepast. Wat blijft is een nuttige checklist voor elke vorm van (nood)hulp. De factsheet zelf is hier in te zien.

  • Zitten mensen op je hulp te wachten?
    Enkel door in gesprek te gaan met de (beoogde) hulpontvangers krijg je een goed begrip van de situatie: is er hulp nodig en wat voor hulp zou dan passend zijn? Dat wat je zelf als een probleem aanduidt, wordt niet altijd zo ervaren door de getroffen personen in kwestie. En niet elke bedachte oplossing is er ook daadwerkelijk een. Goedbedoelde hulp die niet is opgezet in samenspraak met de ontvangers kan ontwrichtend en zelfs stigmatiserend werken. Neem de ontvangers van hulp daarom altijd mee in het ontwerp en de uitvoering van het initiatief. En blijf ook met ze in gesprek: behoeften veranderen door de tijd en problemen kunnen zich oplossen. In gesprek gaan met slachtoffers van bijvoorbeeld een natuurramp lijkt soms onmogelijk door afstand, door dichte grenzen of het uitvallen van internet. Maar ga nooit zonder overleg met de betrokken mensen hulpverlenen.
  • Werk je samen met andere organisaties?
    Initiatieven worden vaak geïsoleerd van elkaar opgezet. Omdat men niet weet wie er verder actief is of omdat er geen tijd is om af te stemmen, maar soms ook omdat men het fijn vindt controle en eigenaarschap te houden over het initiatief. Samenwerken met anderen wordt dan gezien als een bedreiging of als vertragend. Maar juist samenwerken met andere (bestaande) organisaties is een belangrijke voorwaarden om doelgericht hulp te kunnen bieden. Organisaties die al langer werkzaam zijn op een bepaald terrein hebben al ervaring met jouw doelgroep en kunnen je voorzien van waardevolle adviezen. Ze hebben vaak ook een goed overzicht van wie er verder nog werkzaam is en waar er behoefte aan is. Enkel door samen te werken kan hulp ook afgestemd worden en voorkom je overlap.
  • Weet je hoe je lang je welke hulp kunt bieden?
    Vanaf dat je begint met hulp aanbieden creëer je verwachtingen. Mensen gaan er misschien vanuit dat je dezelfde hulp voor een langere periode zult aanbieden. Wees expliciet over hoe lang je verwacht welke hulp te kunnen bieden. En als dit nog niet duidelijk is, laat dit dan ook weten. Wees realistisch in de toezeggingen die je doet. Waar je nu misschien zelf nog veel tijd hebt en kunt terugvallen op een grote groep enthousiaste vrijwilligers, kan deze inzet na verloop van tijd afnemen. Je wilt hulpontvangers de kans geven om tijdig op zoek te gaan naar eventuele alternatieve hulp.
  • Weet je wanneer je gaat stoppen?
    Vaak gaat al de tijd en energie van initiatiefnemers naar het in standhouden van het initiatief: hebben we nog genoeg vrijwilligers, weet iedereen wat die moet doen, loopt alles zoals gepland? Nadenken over stoppen is dan ook niet voor de hand liggend. Daarnaast geldt dat je initiatief waarschijnlijk enthousiast is ontvangen door familie, vrienden en onbekenden. Je wilt mensen niet teleurstellen, zeker niet de hulpontvangers. Stoppen is dan ook vaak makkelijker gezegd dan gedaan. Toch is het goed om hier op tijd over na te denken: wanneer is de geboden hulp misschien niet meer relevant, wanneer zijn andere partijen misschien beter aangewezen om verder te gaan met de hulp en wanneer verwacht je dat je het werk zelf niet meer kunt opbrengen? Alleen zo kan je toewerken naar een goede afronding van het werk, een eventuele overdracht organiseren en hierover goed en tijdig communiceren met de hulptonvangers, andere vrijwilligers, en iedereen die er verder bij betrokken is.
  • Neem je de tijd?
    Initiatiefnemers zijn vaak sterk gemotiveerd om zoveel mogelijk hulpbehoevenden op een zo’n kort mogelijke termijn te helpen. Vaak zit er dan ook maar weinig tijd tussen de confrontatie met een probleem, het bedenken van een oplossing en het aanbieden daarvan. En als de eerste resultaten van het initiatief zichtbaar zijn wordt de wens om door te gaan en misschien wel uit te breiden sterker. Vaak is er weinig tijd om even stil te staan bij alles wat je aan het doen bent. En reflectie is juist datgene wat nodig is om scherp te blijven op de hulp die je biedt: is de hulp nog nodig, zijn er aanpassingen nodig, kunnen we aan de verwachtingen voldoen? Stap dus af en toe uit de waan van de dag in de wetenschap dat stilstaan nodig is om vooruit te komen.

 

 

Tekst: Redactie Partin
Foto: Lagos Food Bank Initiative | Pexels